Divisienieuws: 2eDivisieteam hoopte op méér in Utrecht

Het 2eDivisieteam van Vrouwentriathlon-Siosport mocht op 8 juli in Utrecht in actie komen tijdens een niet-stayerwedstrijd. Marion Hoogeveen, Linda van der Ham, Mireille Gouw en Astrid de Baat kwamen in actie. Warmte en gehannes met vastzittende haren in de remgreep maakten het echter een zware wedstrijd.

“Vanwege het niet-stayeren was het motto ‘ieder voor zich’. En wel zo hard mogelijk uiteraard”, laat Astrid weten. “Het was warm en dus was de watertemperatuur ook hoog: dat betekende geen wetsuits toegestaan.” De vrouwen moesten 750 meter zwemmen. Mireille had geen problemen met zonder wetsuit zwemmen. Voor Marion, Linda en Astrid was het zwaarder: zij kwamen in de achterhoede de Strijkviertelplas uit.

“Bij het fietsen kon ik wel verschil maken. Hier ben ik in mijn element en kon ik de concurrentie één voor één weer op gaan pikken”, vertelt Astrid. “Na de enthousiaste aanmoedigingen van coach Yolanda, hing ik na 23 kilometer mijn fiets weer in de wisselzone en wilde als een bezetene de hardloopschoenen aantrekken. Er moest nog vijf kilometer gerend worden. Terwijl ik buk, raak ik met mijn haren verstrikt in de remgreep van mijn fiets!! Gepruts tot gevolg. Tamelijk gênant en kostte te veel tijd ook.”

Geen ideale start dus voor het laatste onderdeel, Astrid werd veelvuldig ingehaald door andere atleten. “Helaas een bekend fenomeen. Als ik nu toch eens fiks sneller kon lopen…” Astrid had Linda ingehaald op de fiets, maar tijdens het looponderdeel waren de rollen al snel weer omgedraaid. Het lopen was ondanks de warmte goed te doen: “Een groot deel van het parcours was in de schaduw en op meerdere plekken werden sponzen en water aangeboden. Alle lof daarover voor de organisatie!”

Het 2eDivisieteam van Vrouwentriathlon-Siosport eindigde uiteindelijk de 16e plaats. Niet geheel naar tevredenheid van Astrid: “Ik wil op zijn minst bij de beste helft finishen en dat is niet gelukt. Maar met zijn vijven (inclusief coach Yolanda) hebben we alles eruit gehaald wat er die dag inzat.”